Voorwaarts met de landbouwbrigades: look in Lookristi
10 januari 2025 at 3:41pmHet is meewerkdag bij bioboerderij Het Rawijs in Lochristi. Na wat zoeken in de enorme serres, tussen tafels met perspotjes en plantbakken, vind ik boerin Barbara, die uitleg geeft aan twee jonge vrouwen. Die zijn hier, net als ik, terecht gekomen via de Landbouwbrigades, een organisatie die bemiddelt tussen biologische boerderijen en sympathiserende burgers.
Een meewerkdag, dat is iets leren over de biolandbouw en tegelijk een concrete bijdrage leveren aan een gezonde landbouw op menselijke schaal. Dat is een landbouw zonder buitensporige ecologische voetafdruk, noch op andere continenten noch in België, die het milieu respecteert en werkelijk gezond voedsel oplevert. Mooie doelstellingen, waaraan ik graag wil meewerken, maar eerst: krijgen we een rondleiding!. De meeste indruk maakt een serre die is ingericht als voedselbos. Ik zie zelfs een sinaasappelboom. Boven de tafel waar de werkers ‘s middags komen eten, gebruiken hangen zware druiventrossen. Oorspronkelijk was het hier een azaleakwekerij, maar de eigenaars begonnen zich vragen te stellen bij de pesticiden die daarbij nodig zijn, en maakten geleidelijk de overstap zijn overgestapt naar de biologische tuinbouw. Die gebeurt in de vorm van een CSA, of “community supported agriculture”. Daarin maakt een groep mensen, een “gemeenschap” van consumenten, met een boer afspraken over een hoeveelheid te telen en af te nemen voedsel tegen een prijs die een redelijk inkomen oplevert. Deze CSA werkt als zelfoogstboerderij: de leden van de gemeenschap oogsten zelf het oogstaandeel waarvoor ze betaald hebben. Bij alle groentenbedden staan daarom bordjes, die aangeven hoeveel je mag oogsten en hoe dat moet gebeuren. Buiten, tegen de laatste serre, zie ik een prachtig breed bed met een weelde aan bloemen. Dansende kleurenpracht tussen al het groen, die je mag plukken voor thuis.
Met onze vingers tussen de knollen
En dan gaan we knoflook oogsten. Het natte weer van de afgelopen maanden heeft het gewas geen goed gedaan. De stengels, die nog stevig aan de lookbol behoren vast te zitten, zijn nu grotendeels verdwenen. We steken, de rij knoflookplanten zo goed mogelijk volgend, de grond los en woelen die dan met de hand om op zoek naar de bolletjes. Ze zien er zielig uit, vaak gelig, met loszittende partjes. Als we ze al weten te vinden…. Maar de sfeer is opperbest. We werken in duo’skoppels. Mijn maatje is Mary, die een baan van vier dagen in de verpleging heeft en hier regelmatig vrijwillig mee komt werken. Ze is zelf van boerenafkomst en heel handig met de riek. Ze weet de bolletjes perfect op te sporen, haar opbrengst is duidelijk groter dan de mijne.
We hebben het over het heersende voedselsysteem. “Natuurlijk zijn de boeren kwaad”, oppert ze. “Ze moeten werken tegen prijzen waarvoor ze niet kunnen produceren, laat staan iets verdienen.” “Ja”, zeg ik, “maar waarom zijn die prijzen dan zo laag?” Daarvoor kan ik maar een reden bedenken: het aanbod is te groot. Mary is het daar mee eens, maar wijst erop dat de boeren wel zo veel moeten produceren, juist omdat de prijs zo laag is. Een vicieuze cirkel, concluderen we.Die ook een helse machine is. Aan de ene kant gaan er kunstmest, landbouwgif en regenwoud in, en aan de andere kant komen er stikstof, mest en veel geld uit. “Maar waar gaat al dat geld dan naartoe?” vragen we ons af, en dan zijn onze twee rijen knoflook geoogst. We beginnen weer van voren aan, met twee nieuwe rijen en dezelfde vraag. “Volgens mij gaat het geld naar de banken, die soms zelfs zogenaamd van de boeren zelf zijn”, zegt Mary, en dan roept ze: “Pas op!”, en graait snel voor mijn aanstormende riek uit nog een bolletje knoflook tevoorschijn. “Die bank geeft geen rente voor knoflook die in de grond zit!”
Natuurlijk, maar ik wil zelf toch ook nog iets inbrengen, en zeg: “Het gaat ook naar de producenten van bestrijdingsmiddelen, kunstmest en landbouwmachines”.”“Ja, maar ook naar al die makelaars en adviseurs,” zegt Mary.“Naar de supermarkten en hun marges,” zeg ik. “Naar alle burgers die liever hun geld aan andere dingen besteden dan aan goed voedsel,” sluit Mary af. Ja, inderdaad. “Hoe consequent eet ik zelf eigenlijk bio?” vraag ik mij in stilte af…
In de koele schaduw van de trossen
En nu is ook deze rij klaar. We hebben al veel bijgedragen aan een ander voedselsysteem. Mary gaat naar huis, ik ga lunchen met de boeren en de andere Landbouwbrigadisten.
Daar zitten we, onder de druiventrossen: een boer en een boerin, twee vrijwillige medewerkers, en wij drieën van de Landbouwbrigades. Er komt een schaal gemengde salade op tafel, waarvan alle ingrediënten weinige minuten geleden nog in de grond stonden of aan hun struik hingen. Er is stevig biobrood, en kaas. Ik laat het me smaken.
En dan gaan we weer aan het werk. Nog een paar uurtjes en we storten onze lookbollen op een tafel om daar te drogen. De dag zit er op. Welbesteed, vind ik zelf, met dank aan de boeren van Rawijs en aan de Landbouwbrigades.
Goesting om ook eens te proeven van meewerken op de bioboederij? Schrijf je in voor een meewerkdag op www.landbouwbrigades.be Die je trouwens hartelijk uitnodigen voor een volgende meewerkdag: inschrijven via hun website.
Dit artikel werd geschreven door Joris Eschauzier voor Frontaal (editie herfst 2024), het magazine van Gents MilieuFront. Wil je ook 4x per jaar inspirerende en kritische Frontaal-artikels lezen op papier of digitaal? Word nu lid van GMF en geniet van Frontaal en tal van andere fijne voordelen!
Foto: Joris Eschauzier